Het avontuur vind je in de Noordzee

Melvin Redeker en Fiona van Doorn gaan het liefst waar anderen niet gaan: het avontuur vind je in de Noordzee.

Tekst: Annet van Aarsen Foto’s: Fiona van Doorn/Melvin Redeker

Hij beklom Himalaya-bergtoppen die zelden of nooit door een mens zijn begaan. Zij was sportjournalist. Tegenwoordig zoeken Melvin Redeker (51) en Fiona van Doorn (39) samen het avontuur, op en onder water. Orka’s, grote walvissen, koudwaterkoralen die normaal alleen op grote diepte voorkomen: ook relatief dicht bij huis zijn er natuurfenomenen te vinden die zelden of nooit door een mens zijn aanschouwd.

Noordzee - noorderlicht

Fiona: „Hoe meer je je in de zee verdiept, des te meer je op bijzondere dingen stuit.” Dat voortdurende zoeken, die honger naar kennis, maakt dat zij en Melvin op plekken komen waar andere mensen niet zo snel naar toe zouden gaan. Waar andere mensen gewoon niet komen. De onderwaterwereld heeft nog lang al haar geheimen niet prijsgegeven.

Geen licht

Afgelopen februari waren ze op expeditie in een fjord in de buurt van Trondheim in Noorwegen. Daar leven op veertig, zestig meter diepte koudwaterkoralen, die normaal gesproken op zeer grote diepte voorkomen, zevenhonderd meter of dieper. Het komt door de donkere laag zoet water, die in de fjord bovenop het zwaardere zoute water drijft, dat dit bijzondere fenomeen zonder hulp van een onderzeeër of ROV te aanschouwen is. Op zestig meter is het gitzwart, geen licht meer te bespeuren: alsof je in de diepste diepten van de diepzee bent aangekomen.

„Relatief gezien is het maar een klein eindje afdalen. Maar voor een duiker is het nog steeds behoorlijk diep”, zegt Melvin, die er dook samen met een andere Nederlander, Bas Poelmann, terwijl Fiona de boot op positie hield, zorgde dat de ijsschotsen zich niet boven het duo samenpakten en de veiligheid van de duikers waarborgde.

Zo’n bijzonder natuurfenomeen triggert hun exploratiedrift en ze vroegen de Noorse onderwaterfotograaf Erling Svensen, die veel wetenschappelijk onderzoek doet in de koude wateren in zijn land, naar zijn ervaringen. En ook de locals hielpen het expeditieteam op weg, toen ze doorhadden dat de Nederlanders heel voorzichtig met de fragiele onderwaterwereld omgaan.

Melvin: „Ze wezen ons op een gigantische knalrode koraalboom op 45 meter diepte, Paragorgia arborea. Echt prachtig. Het groeit maar een paar millimeter per jaar, dit koraal was makkelijk honderden jaren oud. Later vonden we ook een spierwit exemplaar.”

noordzee koraalboom

 

„En de andere koudwatersoort waar we naar op zoek waren, Lophelia pertusa, hebben we ook gevonden. Dat koraal is een echte riffenbouwer. Op de diepe bodem van de noordelijke Atlantische Oceaan zijn enorme riffen gevonden, soms wel veertig meter hoog. Er is niet zo veel over bekend, onderzoek is pas in de jaren negentig van de vorige eeuw op gang gekomen, mondjesmaat. Toen werd in verband met oliewinning begonnen met survey van de vele nog onbekende delen van de oceaanbodem.”

Nauwelijks onderzocht

„Op de morenerug in de fjord, een relatieve ondiepte die door een gletsjer is ontstaan in de ijstijd, vonden we zo’n rif van Lophelia pertusa. Ik denk dertig meter lang en vier meter hoog. Die morenerug ligt dus vol met deze koraalriffen en op de meesten is is nog nooit gedoken. Ze zijn nauwelijks onderzocht”, zegt Melvin.

Dat is een stelling die zomaar in Wikipedia wordt bevestigd: ’In 2000 werden een aantal van ’s werelds grootste koraalriffen ontdekt in de Noorse fjorden. Het leven hier wordt gezien als een oorzaak voor de goede visgronden langs de Noorse kust. Er is nog niet veel onderzoek naar gedaan. Tot op heden is de enige bezoeker van het eerste koraalrif de diepzeeduiker geweest die het rif vond, en hij heeft het slechts drie keer bezocht. Duizenden verschillende levensvormen worden hier gevonden (bijvoorbeeld plankton, koraal, anemonen, vis en verschillende soorten haaien). De meeste van deze soorten zijn aan het leven in het donker van de diepe zee en de grote druk van de diepte aangepast.’

Geheimen

„Op die diepte is het pik- en pikzwart. Het is toch kraakhelder water. Ik had twee sterke lampen bij me, 30.000 lumen, maar het licht verdwijnt gewoon. Het lijkt wel alsof je in een zwart gat zwemt”, zegt Melvin. Ze ontdekten een overhangende rotswand vol koraal. „Je weet dat je waarschijnlijk de allereerste mens op het rif bent, dat je hebt gevonden. Dat maakt die zee zo interessant, we weten er zo weinig van. Weet je waar je het mee kunt vergelijken? Met een helikopter die ’s nachts over land vliegt en die iemand aan een kabel laat zakken met alleen een zaklampje. Wat die persoon ziet, dat is zo ongeveer wat wij tijdens onze duiken te zien krijgen. Dat is waarom de zee haar geheimen zo moeilijk prijsgeeft.”

Noordzee-wrak

 

Kennis delen

„Fiona en ik vinden het heel belangrijk om de kennis die wij opdoen tijdens onze avonturen, te delen. Mensen denken vaak dat het regenwoud de meeste zuurstof op aarde levert. Dat is helemaal niet zo: de meeste zuurstof komt uit de oceanen. Fytoplankton produceert zuurstof en is ook nog eens de basis van de voedselketen. Kennis is hard nodig om op het land goede beslissingen over de zee te nemen. Over wat je niet kent, kun je ook geen goede beslissingen nemen.”

Ze delen hun ontdekkingen met de wetenschap, maar ook met het publiek. „Dit is voor ons de motivatie om dit soort projecten te doen”, zegt Fiona. Ze is de initiatiefnemer van een scholenproject, geeft en organiseert gastlessen op basisscholen met als boodschap ’Een schone zee begint bij een schoon schoolplein’. Al bijna 30.000 kinderen kwamen zo in aanraking met de verborgen onderwaterwereld van de Noordzee, de dieren die daar leven en de invloed daarop van zwerfafval en plastic soep. En kinderen ontdekken wat ze er zelf aan kunnen doen.

Fiona: „We gebruiken voor die lessen storytelling, we nemen ze mee op reis naar de Noordzee. We laten ze beelden zien van zeehondjes die bij je duikbril komen knuffelen, van dolfijnen en andere zeedieren. Die Noordzee is voor de meesten van ons een grauwe grijze zee. Vanaf het strand, maar ook vanaf een boot. Je zult echt onder water moeten kijken om de verborgen schoonheid te ontdekken. Dat is wat we met de kinderen doen.”

 

Orka’s!

Zij en Melvin begonnen pas relatief laat met duiken. In 2013 ontstond de fascinatie voor de Noordzee. Fiona: „We waren op de Shetlandeilanden, ten noorden van Schotland. En we hoorden vissers over orka’s naast hun boten. Soms wel een stuk of zeventig zeiden ze. Wij dachten: hè? Orka’s in de Noordzee? Eén van de vissers nodigde ons uit. Hij zei: als je het wil zien, dan ga je toch gewoon mee. Het was prachtig, we zagen twee groepen van een stuk of twaalf Orka’s. En toen dachten we: als we het verhaal van de orka’s willen vertellen, dan moeten we onder water. Dan moeten we leren duiken.”

Het was het begin van talloze zee-avonturen. De twee gingen in de winter in Noorwegen opnieuw op zoek naar orka’s. Die volgen de haring die in de Noorse fjorden komt overwinteren en zich daar vol eet met plankton. Steeds noordelijker, de oude plekken bij bijvoorbeeld de Lofoten zijn inmiddels verlaten. Melvin: „We kregen toen we er waren een tip van een wetenschapper. De haringen zijn nu naar de kust aan het zwemmen en we verwachten ze op die en die plek. Dat was dus 280 kilometer varen, in de poolwinter.”

NoordZee Orka's

 

Spektakel

Ze hebben hun eigen snelle boot, een open RHIB (rigid hull inflatable boat) van zesenhalve meter met veel apparatuur dubbel uitgevoerd. Betrouwbaar, maar tegelijkertijd spartaans, er is geen schuilplek aan boord om je tegen de elementen te beschermen. „In de ene fjord kan het heel rustig zijn, in het volgende fjord zit je ineens in een zware storm”, zegt Fiona.

Het is vaak afzien: stilzitten op de boot, min vijftien graden. Fiona: „We zijn wel eens in het water gesprongen om op te warmen. Zo koud, dat je niet meer kunt werken.”

Noordzee overboord

 

De gok van de wetenschapper en van de twee avonturiers bleek in geval van de zoektocht naar de orka’s goed uit te pakken. „Uiteindelijk klopte het precies, we zaten op de plek waar de haringen de fjord inzwommen. Ik heb nog nooit zo veel orka’s en bultruggen bij elkaar gezien, wat een spektakel.”

Melvin: „Een beetje mazzel, uitgebreid speurwerk en een beetje hulp van de wetenschap: je wil niet weten hoe het voelt als het lukt, als je vindt waar je naar zocht.”

Fiona: „Wij lagen stil, zij zwommen rondjes om de boot. Het is onwerkelijk als je zoiets ziet. En hoort! Die bultruggen raakten helemaal in extase: een feestmaal. In die gemoedstoestand maken ze geluiden die ze normaal niet maken. Ze trompetteren, heel bijzonder om te horen. En dan die blows die je overal om je heen hoort. Op een gegeven moment waren ze onder onze boot aan het jagen.”

Melvin: „Ja, die geluiden. Het is niet te beschrijven. Je hoort die dieren voor je boot, naast je, achter je. Je weet niet waar je moet kijken. En dan die horizon, met al die besneeuwde bergen... Dit was één van de mooiste momenten die ik op zee met walvissen heb meegemaakt.”

Heel voorzichtig Een paar weken later vonden ze een paar bultruggen die wat minder door het dolle heen waren, die uitgegeten waren en lekker lagen te relaxen in het water.

Een eindje verderop gleed Melvin voorzichtig het water in met zijn onderwatercamera, en tot zijn verbazing zwommen de dieren recht op hem af. Het was heel ontspannen, de dieren hielden rekening met de nietige mens. Melvin: „Wij bekijken die prachtige dieren en zij bekijken ons. Ze manoeuvreerden heel voorzichtig om me heen, je merkt dat aan alles. Hoe ze heel voorzichtig hun zijvin intrekken als ze dicht langs je zwemmen. Gentle, zacht. Ik vind het bijzonder dat een dier jou dat vertrouwen geeft.”

Het avontuur begint vaak met onverwachtse ontdekkingen onderwater, of een opmerking van lokale mensen.

Zoals de keer dat de twee avonturiers op de Shetlandeilanden hoorden van de ’snelweg voor walvissen’. Honderdvijftig kilometer varen vanaf de Schotse eilanden richting de Faeröer Eilanden is de helling van het Europees continentaal vlak te vinden. Het water wordt er vanaf grote diepte omhoog gestuwd, het is er voedselrijk. En walvissen zouden de helling ook gebruiken als trekroute.

Fiona: „Een kilometer voordat we op die plek aankwamen, zagen we al twee blows. Bultruggen!” Melvin: „We hebben die dag uiteindelijk meer dan twintig vinvissen gezien en meer dan honderd witflankdolfijnen.” Fiona: „We kwamen terug met onze verhalen en toen bleek dat niemand die tocht ooit had gedaan. Ons lokale contact is toen ook maar eens gaan kijken en vond niks. Wij gingen twee weken later ook nog een keer: weer niks. Het moet ook meezitten.” Melvin: „Exploreren is als innoveren. Het is niet meteen raak. Je kust eerst tien keer een kikker en pas de elfde keer vind je je prinses en doe je een mooie ontdekking.”

Twee maanden Ze proberen twee maanden per jaar op expeditie te gaan. De rest van het jaar wordt er hard gewerkt. Samen hebben ze een onderneming, bedrijven en instellingen huren Melvin als spreker in om te praten over zaken als avontuur, teamwork, veiligheid, vertrouwen en leiderschap. Daarnaast heeft Fiona het razend druk met het scholenproject van hun stichting In de Noordzee. Vorig jaar was er de theatershow De Roep van de Orka, waarin de theaterbezoekers worden meegenomen op een reis door de ’laatste wildernis van onze blauwe planeet’. Dit najaar zou die show in reprise gaan - 25 voorstellingen in het hele land - met veel nieuw beeldmateriaal. Maar dat is nu vanwege de coronacrisis even on hold gezet.

Volgend jaar, hopen de twee avonturiers. „Het is hartstikke leuk om mensen in het theater mee te nemen onder water. Om mensen met andere ogen naar de wereld te laten kijken. Het hoort bij onze avonturen, als je niet kunt delen wat je meemaakt is het een stuk minder leuk.”

Er zijn - vanzelfsprekend - ook nieuwe plannen. Melvin zit sinds kort in het bestuur van de Icewhale Foundation. Het idee is om zes opeenvolgende winters in de donkere poolwinter met een klein team van ijsnauten onderzoek te gaan doen naar klimaat, zee-ijs, vervuiling en biodiversiteit op en onder het ijs in de Fram Straat, tussen Groenland en Spitsbergen.

Het team hoopt antwoord te vinden op vragen als: hoeveel ijswalvissen zijn er eigenlijk en in welk gebied komen ze voor? Waarom trekken de dieren in het midden van de donkere poolwinter diep het ijs in en zingen ze daar 24 uur per dag een enorme variatie aan walvissongs? Zoeken ze elkaar op in ijswakken om te paren en zich voort te planten? Hebben ze het zee-ijs nodig voor hun voorbestaan? En wat gebeurt er dan met deze dieren als het noordpoolijs steeds verder afsmelt?

Oplossing Maar zover is het nog niet. Melvin: „ Er is een speciaal schip ontworpen, geen ijsbreker maar een fluisterstil schip waarmee we ons in laten vriezen in het zee-ijs. Dat schip moet nog gebouwd worden. Er zijn jaren van voorbereiding nodig, je kunt het vergelijken met ruimteonderzoek. Maar we hebben geen ESA voor onderwater. Terwijl de grootste geheimen dichterbij te vinden zijn dan de maan. Voor heel veel moderne vraagstukken ligt de sleutel tot de oplossing in de oceanen, daar ben ik van overtuigd.”

Hij vindt het eigenlijk opmerkelijk er zo weinig geld wordt uitgetrokken voor onderzoek in zeeën en oceanen. „Zeventig procent van de aarde is zee. Het is beslist niet zo dat zeventig procent van de onderzoeksfondsen naar oceaanonderzoek gaat. Dat is een ondergefinancierd deel van de wetenschap.”

Opwarmen Melvin: „Een avonturier? Ja, zo noem ik me. Pionieren is voor mij: gaan waar andere mensen niet gaan. Met zo min mogelijk materiaal zo veel mogelijk doen. Dat heb ik in de bergen gedaan, dat doen we nu ook met onze RHIB. Die moet in topconditie zijn, veel noodzakelijke instrumenten zijn dubbel uitgevoerd.” De boot geeft grote vrijheid, zegt Melvin: „Overal waar een haven is met een trailerhelling, kan voor ons het startpunt zijn om de zee te exploreren. De RHIB heeft een actieradius van 500 kilometer.”Hoe lang ze ermee doorgaan? Lang, is het plan. De twee proberen niet alleen de RHIB maar ook zichzelf in topconditie te houden. „Ik ben heel bewust met mijn lichaam bezig, hoe hou je jezelf zo fit mogelijk om dit te kunnen blijven doen. Het is ook een mindset. Veel mensen denken als ze vijftig zijn dat ze veel dingen niet meer kunnen. Maar wij willen dit blijven doen”, zegt Melvin. „Het zou zo maar eens kunnen dat ik straks, als ik ouder ben, langer door moet werken. Je moet niet wachten met avontuur tot je stopt met werken, je kunt het beter omdraaien. Eigenlijk ben ik wat dat betreft al met pensioen geweest.”

Bron: Duikeninbeeld