De duikkeuring is er niet voor niets!

Bron: Duiken.nl

k1

 

De duikkeuring… Net als auto’s regelmatig APK-gekeurd worden, moeten ook duikers regelmatig onderzocht worden. Hoe belangrijk is zo’n medisch onderzoek en waar wordt op gelet?

In tegenstelling tot de APK-keuring voor auto’s bestaat er voor recreatieve duikers geen wet die een regelmatig preventief onderzoek verplicht. In principe kan iedereen een duikuitrusting aanschaffen en zonder handtekening van een keurend arts gaan duiken.

Eigen verklaring

Bij veel duikcentra is de eigen medische verklaring vaak voldoende om de duiksport te mogen beoefenen. Op basis van de standaards van de diverse duikopleidingsorganisaties kan een duikmedische keuring wel verplicht worden gesteld.

Ook in verzekeringsvoorwaarden (individueel of collectief) kan een clausule zijn opgenomen dat je alleen mag duiken in overeenstemming met de aanbevelingen van de beroepsorganisaties. Op het vlak van duikgeneeskunde is dat in Nederland de Nederlandse Vereniging voor Duikgeneeskunde (NVD), die richtlijnen voor het preventief duikmedisch onderzoek (de ‘duikkeuring’) heeft bepaald.

Elke duiker zou er de zin van moeten inzien om zich regelmatig te laten onderzoeken. Alleen dan kunnen mogelijke aandoeningen, die fatale gevolgen kunnen hebben, op tijd herkend en behandeld worden.

De arts die het onderzoek doet, is niet echt een ‘keurmeester’, maar meer een adviseur. Hij of zij adviseert en doet aanbevelingen of je mag duiken en zo ja, hoe. En gezien de huidige stand van de duikgeneeskunde is het geen kwestie meer van zwart-wit denken. Want bij diverse aandoeningen mag je wel duiken! Vaak gelden er wel beperkingen of regels om problemen te voorkomen.

k2
Inspanningstest: belangrijke controle bij de duikerarts met het oog op het hart- en vaatstelsel.

 

Het onderzoek

Het preventief duikmedisch onderzoek is bedoeld om medische problemen die een contra-indicatie voor het duiken vormen, aan het licht te brengen en bij bestaande aandoeningen de risico’s af te wegen. Dit gebeurt in overleg met de duiker.

Het is niet relevant of de duiker een beginnersopleiding gaat volgen of dat hij extreme duiken op grote diepte gaat maken. Het risico is in de basis gelijk als er met samengeperste ademgassen wordt gedoken.

Als de duiker die zich bij de arts meldt, al bestaande aandoeningen heeft, is het geen uitgemaakte zaak of hij wel of niet mag duiken. De arts bespreekt met de duiker welke risico’s hij loopt, en welke beperkingen er zouden moeten gelden om gevaarlijke situaties onder water te voorkomen.

Wie mag keuren?

Elke bevoegde arts mag een preventief duikmedisch onderzoek uitvoeren en een verklaring tekenen. In de wet is bovendien niets geregeld over de aard en de omvang van het onderzoek. Maar de onderzoekende arts kan wel aansprakelijk worden gesteld als de duiker iets overkomt, wat aantoonbaar direct samenhangt met een bestaande medische stoornis. In het ideale geval kies je als duiker dan ook een arts die ook over duikmedische kennis beschikt.

Des te belangrijker, omdat tijdens de basisopleiding voor arts duikmedische aspecten niet aan bod komen. In vele landen kunnen artsen gecertificeerd worden als (sport)duikerarts. In Nederland worden de certificeringen door het Nederlands Instituut Certificering Duikerartsen (NICDA) afgegeven aan artsen die specifieke scholing op het gebied van duikgeneeskunde hebben gevolgd.

Op de site www.mijnduikerarts.nl vind je een overzicht van de artsen die zijn gecertificeerd en bij wie je voor een preventief duikmedisch onderzoek terechtkunt.

Wat wordt onderzocht?

De Nederlandse Vereniging voor Duikgeneeskunde, adviseert om altijd een preventief duikmedisch onderzoek te laten verrichten voorafgaand aan een eerste (zwembad)duik met samengeperste ademgassen en om dit elke drie jaar te herhalen.

Ben je 50 jaar of ouder bent, dan wordt een jaarlijkse herkeuring geadviseerd aangezien het risico van hart- en vaatziekten vanaf die leeftijd groter is. Ook als er een verandering in de medische toestand optreedt, bijvoorbeeld bij ziekte of nieuwe medicijnen, of als er nieuwe inzichten zijn, moet je je opnieuw laten onderzoeken. Dat geldt ook als de duikerarts het op basis van eerdere bevindingen nodig acht.

Vaak moet je eerst een vragenlijst invullen of vraagt de duikerarts je naar eerdere gezondheidsproblemen (anamnese). Hier moet je zo volledig mogelijk op antwoorden en ook duikgerelateerde problemen in het verleden moet je vermelden. Juiste en volledige informatie is belangrijk omdat de arts je geschiktheid voor de duiksport anders niet goed kan beoordelen. Verzwijg je bepaalde informatie, dan kan dit tijdens het duiken een gevaar opleveren.

Lichamelijk onderzoek

Hierna volgt een lichamelijk onderzoek. Dit is bedoeld om bestaande aandoeningen en/of beperkingen te herkennen. Als er problemen met de oren wordt geconstateerd, wordt de duiker doorverwezen naar de KNO-arts. Minstens zo belangrijk is de longfunctie.

Als de resultaten van de test wijzen op stoornissen van de longen of luchtwegen, dan wordt dringend aangeraden om een afspraak met de longarts te maken.

Deze extra onderzoeken maken geen deel uit van het preventieve duikmedische onderzoek. Je zult hiervoor een beroep moeten doen op je ziektekostenverzekering.

Jaarlijkse keuring

Vanaf het 50ste levensjaar raadt de NVD duikers aan om zich jaarlijks te laten controleren, inclusief een inspanningstest. Bij sommige patiënten zal deze frequentie al eerder moeten worden aangehouden, zeker als het vermoeden van hart- en vaatziekten bestaat.

Sportduikers hoeven in de regel geen foto van de longen te laten maken, maar in uitzonderlijke gevallen en bij bestaande aandoeningen kan dit wel nodig zijn om de geschiktheid voor het duiken te bepalen. Het maken van de röntgenfoto valt buiten de reikwijdte van de duikkeuring.

Na het lichamelijke onderzoek en de longtest wordt ook gekeken naar de reflexen en de pupillen. Beide kunnen de doorslag geven bij het vermoeden van een duikongeval. Wanneer de arts geen bijzondere bevindingen doet, word je geschikt bevonden voor het beoefenen van de duiksport.

Maar ook als je wel afwijkt van de norm, kan duiken met bepaalde beperkingen mogelijk zijn. Er bestaan ook richtlijnen die gelden bij relatieve of absolute contra-indicaties, dus toestanden die het duiken beperken of uitsluiten.

k3
Voor kinderen in de groei gelden beperkingen.

 

Duikende kids

In het verleden werd er met betrekking tot duikende kids vaak verwezen naar de NVD. Maar pas een aantal jaren geleden heeft de NVD daadwerkelijk een standpunt ingenomen. Vaak gingen artsen ervan uit dat kinderen op dezelfde manier beoordeeld konden worden als volwassenen.

Maar dat is slechts in beperkte mate mogelijk. Er moet bijvoorbeeld rekening worden gehouden met het feit dat de lichamelijke belasting van invloed is als een kind nog in de groei is. Als een kind nog niet is uitgegroeid, kan dat onder water tot problemen leiden. Bij kinderen komen klaarproblemen bijvoorbeeld veel vaker voor en ook het risico van longoverdrukletsel is hoger.

Ook moet rekening worden gehouden met de psychische toestand van kinderen. Als zij een duikopleiding willen volgen, moeten ze in staat zijn om zich langere tijd te concentreren en om de duiktheorie te begrijpen.

Het standpunt van de NVD is dat artsen met kennis van zaken kinderen onder de 14 jaar wel onderzoeken, maar vervolgens aan de ouders alleen een advies geven. Er wordt geen verklaring van geschiktheid voor de duiksport afgegeven.

Met betrekking tot jongvolwassenen van 14 en 15 jaar wordt het onderzoek gedaan en wordt een medische verklaring afgegeven. De NVD adviseert om pas vanaf 16 jaar ook een verklaring van medische geschiktheid te geven.

Als ouders hun kinderen toch laten duiken, moeten de duiken aangepast worden aan de leeftijd en ontwikkeling van het kind en moet de uitrusting op het kind zijn afgestemd. Plan de duiken goed en duik niet te lang, vooral ook omdat kinderen sneller afkoelen. Decoduiken en herhalingsduiken zijn niet aan de orde.

k4
Alleen een duikerarts kan bepalen of je gezondheid het beoefenen van de duiksport toelaat.

 

Check: Dit gebeurt er tijdens het preventieve onderzoek

De duikkeuring, zoals het preventieve medische onderzoek in de volksmond wordt genoemd, kent drie onderdelen: medische voorgeschiedenis, lichamelijk onderzoek en speciale onderzoeken. I

n het kader van de duikkeuring worden de oren goed gecontroleerd en wordt de longfunctie getest. Wat betreft de oren krijgen de gehoorgang en het trommelvlies speciale aandacht. Bij de longfunctietest wordt de vitale longcapaciteit (het maximale ademvolume) bepaald: dit is de hoeveelheid lucht die je uitademt na zo diep mogelijk inademen en zo krachtig mogelijk uitademen. Hoeveel lucht kan de patiënt in 1 seconde uitademen?

Met testen wordt bekeken of de lucht ongehinderd je lichaam verlaat. Zo kunnen aandoeningen als astma en bronchitis worden herkend. De arts wil weten of het om een bestaande of nieuwe aandoening gaat en welke medicijnen worden gebruikt.

Als de duikerarts je verder onderzoekt, krijgt hij een indruk van je gezondheid. Hij kijkt in je keel, voelt aan je lymfeklieren en schildklier en test je oren, ruggengraat, bloeddruk (rechtsboven) en reflexen. Daarnaast kunnen ook de ogen getest worden: als duiker moet je natuurlijk goed kunnen zien.

k5
Alleen een duikerarts kan bepalen of je gezondheid het beoefenen van de duiksport toelaat.

 

Nederlandse Vereniging voor Duikgeneeskunde

De Nederlandse Vereniging voor Duikgeneeskunde (NVD) houdt zich bezig met het bevorderen van de studie en het verbreiden en in stand houden van kennis van de duikgeneeskunde en de hyperbare geneeskunde. www.duikgeneeskunde.nl

Duikkeuring

Tijdens het preventief medisch onderzoek zal de ‘keurende’ duikerarts onder andere informeren naar je medische voorgeschiedenis, bestaande klachten en je medicijngebruik. Daarna volgt een lichamelijk onderzoek, waarbij in elk geval wordt gekeken naar:

  • Oren
  • Ogen
  • Mondholte/amandelen
  • Keelholte/gebit
  • Hals/thorax
  • Hart- en vaatstelsel
  • Buik/ urogenitaalsysteem
  • Bewegingsapparaat en zenuwstelsel
  • Psyche
  • Longfunctie
  • Optioneel: bloed en urine